Manoeuvres bij het praktijkexamen B
Tijdens je praktijkexamen B voer je twee manoeuvres in beweging uit, op de openbare weg. Welke dat zijn, bepaalt een loting. Hier lees je alle zes de mogelijke manoeuvres, wat de regels zijn en wat je beter niet doet.
Dit is een onafhankelijke informatiesite en is niet officieel verbonden aan het examencentrum of de organisaties erachter. Reserveren doe je bij Autoveiligheid, de organisatie die het examencentrum uitbaat.
- Aantal
- 2 manoeuvres in beweging, 1 uit elke groep
- Loting
- De computer kiest voor jou, de examinator wijst de plaats aan
- Waar
- Op de openbare weg of op een publiek terrein, zoals een parking
- Daarbij
- De voorafgaande controles, in één van de parkeermanoeuvres
Twee groepen, één manoeuvre uit elke groep
De manoeuvres in beweging zijn in twee groepen verdeeld. Uit elke groep trekt de loting één manoeuvre. Je voert er dus altijd twee uit.
| Groep 1 | Groep 2 |
|---|---|
| Evenwijdig parkeren rechts tussen twee voertuigen | Loodrecht vooruit in een vak parkeren |
| Evenwijdig parkeren links tussen twee voertuigen | In rechte lijn achteruit rijden |
| Loodrecht achteruit in een vak parkeren | Keren in een smalle straat |
De voorafgaande controles doe je bij een van de parkeermanoeuvres, of anders op een ander moment van het examen. Hoe dat gaat, lees je bij voorafgaande controles.
Regels voor alle manoeuvres
- Je opent de deuren van het voertuig niet tijdens het manoeuvre.
- Je gebruikt je richtingaanwijzers.
- Je draagt je veiligheidsgordel, behalve tijdens het achteruit rijden.
- De overbouw van je wagen mag de straatbegrenzing overschrijden.
- Je mag niet op het voetpad, over een fietspad of buiten de rijbaan rijden. Een uitzondering is als je eerst over een fietspad moet rijden om aan de parkeerstrook te komen.
- Speciaal aangebrachte tekens om het parkeren te vergemakkelijken, zijn verboden.
Loodrecht parkeren, achteruit
Je parkeert je voertuig achteruit in een parkeervak op een openbare plaats. Dat kan de openbare weg zijn of een publiek terrein, zoals de parking van een groothandel of van het examencentrum. Minstens één voertuig staat naast het aangeduide vak geparkeerd.
- Je kiest zelf hoe je je voertuig opstelt, zolang je achterwaarts kunt parkeren.
- Je hoeft het manoeuvre niet in één beweging uit te voeren.
- Het manoeuvre is beëindigd als het voertuig volledig in het parkeervak staat.
Loodrecht parkeren, vooruit
Dezelfde regels, maar nu rijd je vooruit in het vak. Je kiest zelf de opstelling zolang een voorwaarts parkeermanoeuvre mogelijk is, en je hoeft het niet in één beweging te doen. Het manoeuvre is klaar als het voertuig volledig in het vak staat.
Evenwijdig parkeren, links en rechts
Je parkeert je voertuig evenwijdig met de weg, tussen twee geparkeerde voertuigen op de openbare weg. De examinator wijst die voertuigen aan.
- Links parkeren gebeurt in een straat met eenrichtingsverkeer en rustig tot matig verkeer. Rechts parkeren gebeurt in een straat met rustig tot matig verkeer.
- Je mag de straatbegrenzing niet overschrijden, behalve met de overbouw vooraan en achteraan.
- Je stelt je voertuig op naast het voertuig waarachter je moet parkeren, en parkeert daarna achterwaarts in een vloeiende S-beweging.
- Je mag je eenmaal herpositioneren.
- Parkeren mag hier ook als stilstaan worden begrepen. Het manoeuvre kan dus ook op een plaats gebeuren waar parkeren normaal verboden is, zoals voor een garage.
- Vind je geen plaats tussen twee voertuigen, dan volstaat het om achter een voertuig te parkeren of tussen een voertuig en een obstakel.
- Het manoeuvre is beëindigd als je voertuig opnieuw aan het verkeer deelneemt.
Keren in een smalle straat
De examinator duidt een straat aan en kan een afstand afbakenen waarin je de plaats mag kiezen om te keren. Je mag het manoeuvre vooruit of achteruit beginnen.
- Je mag de volledige breedte van de rijbaan gebruiken, van boordsteen tot boordsteen. Parkeerplaatsen en bermen op gelijke hoogte als de rijbaan mag je dus ook gebruiken.
- Fietspaden, voetpaden en opritten van garages mag je niet gebruiken.
- Je mag gedeeltelijk gebruik maken van zijstraten, bij een T-kruispunt, als je voldoende zicht op het verkeer hebt.
- Het manoeuvre is beëindigd als het voertuig opnieuw aan het verkeer deelneemt.
In rechte lijn achteruit rijden
Dit doe je in een rustige straat. De examinator wijst een object aan waarlangs je je mag opstellen om te beginnen, zoals een auto of een verkeersbord, en een object tot waar je achteruit moet rijden. De afstand is ongeveer 20 meter.
- Je rijdt op een continue manier achteruit en mag je eenmaal herpositioneren.
- Nadert er een achterligger, dan neem je een juiste houding aan in functie van zijn rijgedrag.
- Kan de achterligger niet uitwijken, dan geeft de examinator je de instructie om terug vooruit te rijden of je aan de kant te zetten als dat kan.
- Het manoeuvre is beëindigd als het voertuig opnieuw aan het verkeer deelneemt.
Oefenen
Oefen alle zes de manoeuvres tijdens je stage, ook de manoeuvres die je niet leuk vindt, want de loting beslist en je weet niet welke je krijgt. Oefen ook met wisselende voertuigen als dat kan, zodat je de afmetingen van je wagen kent. Hoe het hele examen verloopt, lees je bij verloop en slagingskansen. Oefenroutes in de buurt vind je bij oefenen voor je praktijkexamen.
Veelgestelde vragen
Welke manoeuvres moet ik doen bij het praktijkexamen B?
Er zijn twee groepen. Uit groep 1 (evenwijdig parkeren rechts of links, of loodrecht achteruit parkeren) en groep 2 (loodrecht vooruit parkeren, in rechte lijn achteruit rijden of keren in een smalle straat) wordt telkens een manoeuvre door loting gekozen.
Vragen over je examen of afspraak?
Voor vragen kun je terecht bij Autoveiligheid. Bel naar 014 57 86 00 of mail naar examencentrum.info@autoveiligheid.be.
Bel 014 57 86 00Bronnen en laatste controle
De informatie op deze pagina komt van de officiële pagina's van GOCA Vlaanderen en is in eigen woorden herschreven. Laatst gecontroleerd op .